Veel gestelde vragen over De Stilte van Thé

17 June 2016

Ik ben een paar maanden en verschillende interviews en openbare optredens verder. Het is erg leuk om lezers te ontmoeten. Iedereen blijkt het boek anders te ervaren. Maar er zijn ook een aantal veel gestelde vragen over De stilte van Thé die ik hier voor het gemak beantwoord.

 
Waarom gebruik je een pseudoniem? Omdat ik mijn literaire schrijfwerk gescheiden wil houden van alles wat ik als jurist en wetenschapper heb geschreven onder de naam Rikki Holtmaat.
 
En waarom deze naam? Onder dit pseudoniem heb ik in 1992 de verhalenwedstrijd van De gids gewonnen. De Meister is de ‘erfnaam’ van mijn overgrootvader van vaderszijde; hij was de schoolmeester van het dorp (meister = meester in het Saksische dialect). Marie is de naam van mijn lievelingsgrootmoeder van moederszijde. Een klein eerbetoon aan mijn afkomst, dus. En een flinke portie bijgeloof dat deze naam me geluk brengt als schrijfster!
 
Waarom een boek over een afstandskind? Ben je zelf afgestaan door je ouders? Om met de laatste vraag te beginnen: voor zover ik weet niet! Als dat zo zou zijn is dat wel heel goed geheim gehouden in de familie. Ik geloof dat dat soort geheimen uiteindelijk altijd naar buiten komt, dus ik ben er redelijk zeker van dat ik het kind ben van de mensen die altijd voor mijn ouders zijn doorgegaan. In mijn jeugd zongen wel verhalen rond over kinderen die – om verschillende redenen – waren afgestaan door hun ouders. Wat dat voor die kinderen en die ouders betekende intrigeerde me. Uiteindelijk is deze problematiek in deze roman terecht gekomen omdat ik een verhaal wilde schrijven over iemand die een keuze maakt in het leven die door heel weinig mensen wordt begrepen. Dat werd de keuze van een jonge moeder om in plaats van voor haar kind te gaan zorgen in het klooster te treden.
 
Welke rol speelt het katholicisme in deze roman? Een heel grote rol. De keuze van Thé (de afstandsmoeder) voor het klooster in plaats van voor haar kind is ingegeven door haar katholieke geloofsovertuiging. In het klooster denkt ze haar echte bestemming als mens – namelijk het licht van God in de wereld te brengen – te kunnen waarmaken. Over dat katholieke geloof is relatief weinig te vinden in de Nederlandse literatuur. Veel romans gaan over het (strenge, orthodoxe) protestantisme. Denk maar aan het werk van Jan Wolkers, Maarten ’t Hart, Oek de Jong, Jan Siebelink, Jan Brokken, Franka Treur, etc. Romans waarin het katholieke geloof centraal staat, zijn er veel minder. Terwijl er heel veel over dit geloof, en de uitwerking ervan op mensen, te vertellen valt.
 
Is dit niet een heel ongebruikelijk verhaal? Komt zoiets wel voor in het echte (roomse) leven? Ik wilde geen bekend verhaal schrijven over de uitwassen van het katholicisme. De schandalen over pastoors en paters die kinderen (vooral jongens) misbruikten, zijn veel in de publiciteit gekomen en ook in literatuur verwerkt (denk aan de recente roman van Jeroen Brouwers). Als het om vrouwen en meisjes gaat zijn er minder misbruikverhalen, maar gaat het wel vaak om zaken die te maken hebben met vruchtbaarheid en voortplanting. Het verhaal over ‘gevallen meisjes’ (dwz meisjes die ongehuwd zwanger waren) die door de kerkelijke autoriteiten (vooral door nonnen) gedwongen werden hun kind voor adoptie af te staan is ook al vaker verteld. (Zie bijvoorbeeld de film Philomena.) Bovendien zou het dan gaan om het drama dat dit voor de moeder is. Vrouwen die daartoe werden gedwongen zijn vaak hun leven lang ongelukkig geweest en altijd op zoek gebleven naar hun verdwenen kind. Ik wilde een verhaal schrijven over iemand die er zelf voor kiest om haar kind af te staan om daarmee de weg vrij te maken om naar het klooster te gaan. Wat betekent die keuze voor haar kind? Het kind (Sophie) staat daarom centraal in dit boek. Het gaat er om hoe zij zich tot haar afstandsmoeder verhoudt. En ja, heus, moeders maken soms de keuze om hun eigen weg te gaan in het leven en laten de zorg voor hun kind(eren) dan aan iemand anders over. De meeste mensen zijn geneigd om dit een onnatuurlijke keuze te noemen. Maar kun je het ook anders zien?
 
Ben je zelf katholiek? Nee, ik ben al sinds mijn vijftiende overtuigd atheïste. Ik ben wel gedoopt en opgegroeid in een katholiek gezin. Dus ik weet van binnenuit hoe het katholicisme mensen kan beïnvloeden. Katholieke geestelijken (de paus, bisschoppen, pastoors, nonnen) hadden (en hebben soms nog) heel veel te zeggen over het dagelijkse leven van ‘de gewone gelovigen’. Dat ging van verplicht vis eten op vrijdag, biechten op zaterdag en tweemaal naar de kerk op zondag, via een lijst van verboden boeken (de ‘index’) tot een verbod op voorbehoedmiddelen, seks voor het huwelijk en homoseksualiteit. De pastoor kwam langs als een huismoeder niet snel genoeg weer zwanger was. Katholieke artsen waren vaak ook heel gezagsgetrouw. Dat heb ik verwerkt in de scene waarin de kleine Fietje met haar pleegmoeder naar de vrouwenarts gaat. Moeder kijkt angstig naar het kruisbeeld boven de deur in de spreekkamer van de vrouwenarts. Even later komt ze wit weggetrokken terug van haar consult bij de arts. Het is duidelijk dat die haar niet zal helpen om een einde te maken aan haar menstruatieproblemen (en aan haar vruchtbaarheid).
 
Is er een centraal thema in al je literaire werk? In al mijn boeken gaat het (ook) om de moeder-dochter verhouding. In de verhalen in De koningin van Lombardije heeft Mieke het heel moeilijk met haar weinig empathische moeder. In Het gebroken woord levert moeder Nel haar door incest verwekte dochter Marleen uit aan het vriendje dat de incestueuze vader heeft vermoord. In De vertellers is er – in een zijlijn bij het hoofdverhaal over de vader en de zoon – sprake van een moeizame verhouding tussen moeder Cora en dochter Jetta die elkaar zwijgend verwijten maken. En De stilte van Thé gaat helemaal over de betekenis van moederschap: wordt je onontkoombaar moeder als je een kind baart? Of kun je de zorg voor je kind overdragen aan een pleegmoeder? Wat moet een pleegmoeder doen om de liefde van het verstoten afstandskind te winnen? Is moederschap iets biologisch, of wordt het vooral bepaald door de dagelijkse zorg voor een kind? Waar moet het recht het meeste belang aan hechten: de biologische afstamming of de feitelijke zorgrelatie? Allemaal vragen die ook een belangrijke rol speelden in de tweede feministische golf en in de feministische rechtstheorie (het juridische terrein waarop ik actief ben geweest).
 
Waarom speelt het zwijgen zo’n belangrijke rol in een aantal van je werken? Het thema vertellen en (ver)zwijgen is inderdaad belangrijk in mijn werk. Wat laten mensen los, en is dat wat ze loslaten ook echt wat ze willen en kunnen zeggen over zichzelf en over hun leven? Kunnen wij de diepste zielenroerselen van mensen kennen? In Het gebroken woord gaat het over deze onmogelijkheid. Dochter Marleen is als klein kind zodanig getraumatiseerd dat ze niet meer normaal kan praten. Wat ze wel doet is allemaal losse woorden op een rij zetten op een manier die voor haar betekenis heeft. Het treurige is dat niemand in haar omgeving probeert om die betekenis te doorgronden, vooral haar moeder niet. Alles cirkelt daarbij om één woord dat Marleen maar niet kan begrijpen en dat eerst in twee stukken moet breken om zijn betekenis aan haar prijs te geven. In De vertellers praat vader Albert aan één stuk door over zijn ervaringen in de eerste meidagen van 1940; zoveel dat niemand in het gezin nog naar hem luistert. Maar is wat hij vertelt wel de waarheid over zijn rol in die dagen? Kleinzoon Martin verdiept zich pas na zijn dood in het verhaal van Albert en doet dan een schokkende ontdekking. Intussen zwijgt Cora, de vrouw van Albert, over het bestaan van hun jongste dochter. In De stilte van Thé gaat het om een moeder die een zwijggelofte heeft afgelegd en een dochter die desondanks van haar wil horen waarom ze voor het klooster koos. Kan of mag Sophie dat zwijgen van Thé doorbreken? Bestaat er wel een antwoord dat voor Sophie acceptabel zou zijn? Voorin het boek heb ik als motto het citaat van Sándor Márai opgenomen: misschien moeten we meer aandacht geven aan de daden van mensen dan aan hun woorden. Wat is de werkelijke betekenis van de daad van Thé voor Sophie, haar dochter?
 
Is het doen van wetenschappelijk schrijfwerk leuker / minder leuk dan het schrijven van een roman? Het is anders. Wetenschappelijke publicaties zijn aan veel academische conventies gebonden (zoals, hoe je naar bronnen verwijst en welk soort argumenten of welke schrijfstijl je kunt gebruiken). Een schrijver van literair werk heeft meer vrijheden. Dat is aantrekkelijk, maar kan je ook onzekerder maken. In de kern is het even leuk werk. Wetenschappelijk onderzoek doen (en daarover publiceren) en het schrijven van verhalen of romans worden allebei door nieuwsgierigheid aangedreven. Ik wil weten hoe iets in elkaar zit of hoe het werkt. Het wetenschappelijk onderzoek heeft heel lang het grootste deel van mijn tijd opgeslokt. Dus kies ik vanaf september 2016 voor het schrijven van literair werk. Wel een opluchting ook: nooit meer controleren of alle voetnoten kloppen en de wetsartikelen correct zijn geciteerd! 

Waar gaat je volgende boek over?
Tja, dat is nog moeilijk te zeggen. Er dwarrelen allerlei ideeën door mijn hoofd, maar geen daarvan heeft tot nu toe een eigen vertelstem gekregen. Eerst even bijkomen van het werk op de faculteit en de presentatie van dit nieuwe boek, daarna die gedachtestroom maar eens vrij laten en zien wat er gebeurt.