De eerste recensie

18 March 2016

Totaal onverwacht, en eigenlijk veel te vroeg omdat de roman pas op 24 maart in de boekwinkel zal liggen, ploft op 4 maart de eerste recensie in mijn mailbox. Het Nederlands Dagblad kopt: ‘Mag een moeder God plaatsen boven haar kind? Die vraag blijft knagen tijdens en na het lezen van De stilte van Thé.

Anderhalve pagina, zie ik als ik het stuk door-scroll, vergezeld van een mooie foto van een kloostergang. De (streng gereformeerde) krant stelt met vette letters de vraag die ik mij ook bij het schrijven voortdurend heb gesteld: ‘God liefhebben boven alles?’

Durf ik het aan om het stuk te lezen? Ik ga eerst maar eens een kopje koffie zetten en een paar mailtjes beantwoorden. Waar blijf ik met mijn stoere taal dat recensies er helemaal niet te doen, dat één lezer(es) die me een enthousiaste mail schrijft oneindig belangrijker is dan welk stukje in de krant dan ook? Niet flauw doen!

Vijf minuten later haal ik opgelucht adem. Oké, mijn achternaam is verkeerd gespeld en er wordt één minpunt gesignaleerd, maar er staan wel drie pluspunten onder het stuk en het sluit af met een positieve conclusie: ook al is de zoektocht van Sophie hier en daar breed uitgesponnen en wisselen acceptatie en onvrede elkaar te abrupt af, ‘(E)en echt zwaktebod is dat niet, omdat De Meister daardoor ruimte laat voor alle vragen en evenzovele antwoorden. Dat, en de onverwachte inmenging van de eigenzinnige Thé, maken de loutering van Sophie net niet te mooi om waar te zijn.’

‘De loutering van Sophie’, zo zou ik het zelf niet gauw noemen – dat past niet in mijn seculiere vocabulaire, denk ik – maar het zijn wel mooi gekozen woorden voor het punt dat Sophie na haar lange zoektocht bereikt.
De recensente van het Nederlands Dagblad, Elizabeth Kooman, is – hoe kan het ook anders? – Bijbelvaster dan ik als ex-katholiek ooit zal worden. Feilloos weet ze het juiste vers aan te halen uit Mattheüs 10: ‘Wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig.’ Jammer dat ik tijdens het schrijven van dit boek niet de tijd heb genomen om alsnog eens wat aan Bijbelstudie te doen. Wat zou ik ‘mijn’ Sophie lekker tegen deze uitspraak van Jezus hebben kunnen laten fulmineren. Maar of het Nederlands Dagblad dan nog zo’n positieve recensie zou hebben gepubliceerd?