Cultuur à la Carte – Nouveau stijl

10 February 2016

Begin januari, de brochure met de voorjaarsaanbiedingen van Ambo-Anthos is uit en het eerste verzoek om enkele vragen over De stilte van Thé te beantwoorden rolt binnen. Het komt van Ursula van Riel, freelance eindredacteur van Nouveau. Ze heeft drie leuke en belangrijke vragen, dus ik zet me opgewekt aan het schrijven van antwoorden. De reactie van Ursula is positief: heel mooi geantwoord, maar… Jammer genoeg is er toch wat minder ruimte voor dit onderwerp dan ze had gehoopt. Dus heeft ze haar eigen vragen flink ingekort. En dan twee dagen later, haar laatste mailtje: “Helaas, ik kom nog een keer bij u terug met het korte artikel in Nouveau. Ik heb de tekst tot tweemaal teruggekregen omdat er te weinig ruimte om te plaatsen is. Eigenlijk had ik daardoor geen andere keus dan de vragen en antwoorden toch merkbaar te veranderen, opdat er nog iets van betekenis in twee regels zou overblijven. Ik stuur u de laatste versie nog even ter inzage toe; hopelijk kunt u zich er toch in vinden.”

Nou, nee dus. Ik kan me er niet echt in vinden, maar dat mag niet (meer) baten.

Als je het maar met een half woord mag zeggen, kun je er maar beter helemaal het zwijgen toe doen. Dat is de les die ik hier misschien uit moet trekken.

De ‘lange’ versie:

Over uw boek De stilte van Thé: het is gebaseerd op een heel intrigerend, maar ook verrassend thema. Een vrouw staat haar baby af en treedt vervolgens in. Zou u iets kunnen vertellen over het ontstaan, het groeien van dat idee voor uw boek?

“Op een ochtend stond ik een stapel wasgoed weg te strijken toen ik in mijn hoofd een kinderstem schaterlachend hoorde uitroepen: ‘Je bedoelt thee, als om te drinken? Wie heet er nou thee!?’ Ik wist op hetzelfde moment dat ik een verhaal wilde schrijven over een vrouw genaamd Thé die om een duistere, voor dat kind onbegrijpelijke, reden was verdwenen. Dat Thé naar het klooster was gegaan heb ik pas later bedacht. En dat het kind dat zich zo vrolijk maakte over haar naam haar dochter was nog weer later. Ik herinnerde me namelijk ineens verhalen over katholieke meisjes die een kind afstonden en daarna intraden. In dezelfde periode hield ik me bezig met de vraag hoe het kan dat mensen op grond van hun geloof dingen doen die door andere mensen als uiterst wreed of als immoreel worden gezien. Met die vraag worstelt Thés dochter Sophie en daar heb ik door middel van deze roman een antwoord op proberen te vinden.”

Als ik naar de receptie van uw werk kijk, valt me op dat er geregeld wordt opgemerkt dat u behoorlijk tot uiterst aangrijpende gebeurtenissen realistisch, zonder een zweem van sentiment opschrijft. Bijna laconiek. Vaak ook beschreven vanuit een vrouwelijke, jonge hoofdpersoon die observeert. Ook het katholicisme komt vaak terug. Waar komt uw fascinatie voor deze onderwerpen vandaan?

“Dat laconieke komt omdat ik in de huid van een kind probeer te kruipen dat een overlever is; een persoontje dat zich door moeilijke omstandigheden heen weet te slaan. Als dat kind sentimenteel zou zijn, zelfmedelijden zou hebben, zou het die omstandigheden niet het hoofd kunnen bieden. Het katholicisme komt veel te weinig aan bod in de Nederlandse literatuur. We kennen intussen allemaal het strenge orthodoxe protestantisme uit de boeken van bijvoorbeeld Jan Wolkers en Maarten ’t Hart, en meer recent Jan Siebelink en Jan Brokken. Mijn doel is om het rijke roomse leven literair te verbeelden voordat het voorgoed verdwenen is.”

U bent relatief ‘laat’ gedebuteerd als schrijver, maar u hebt daarnaast dan ook al een indrukwekkende loopbaan op een heel andere terrein. Wat heeft u uiteindelijk toch gedreven om u aan het schrijven te wijden? Dat u sowieso liefde voor de taal koestert, blijkt wel uit uw schrijfstijl, die geroemd wordt om zijn zorgvuldigheid en beeldende kracht.

“In dit vierde boek heb ik wat dit betreft het meeste van mezelf gelegd. Sophie, de hoofdpersoon van deze roman, staat op een kruispunt in haar leven. Ze kan doorgaan op haar succesvolle carrière pad als journaliste of eindelijk gaan doen wat ze altijd het liefste deed: haar verbeelding de ruimte geven en verhalen vertellen. Het probleem is dat die laatste weg afgesloten is zolang ze niet duidelijk heeft wat de vrouw die haar als kind inspireerde tot het verzinnen van verhalen dreef tot haar daad: het verstoten van Sophie ten gunste van het volgen van haar kloosterroeping. Op dezelfde manier stond ik midden jaren negentig voor een keuze: me voor de rest van mijn leven uitsluitend wijden aan de rechtswetenschap of ook die andere kant van mezelf aan bod laten komen. De vragen die me daartoe het meest inspireerden hadden te maken met mijn afkomst en jeugd. Net als Sophie heb ik die jeugd vrij radicaal achter me gelaten op het moment dat ik het platteland verruilde voor de grote stad. Hoewel de aanleiding voor dat vertrek bij mij niet zo dramatisch was als bij Sophie, was er wel een breuk: ik wilde me alleen met mijn toekomst bezig houden. Maar in de afgelopen jaren heb ik ontdekt dat er geen toekomst is als je je geen rekenschap geeft van waar je vandaan komt. Mijn inspiratie ligt dus voor een groot deel in mijn jeugd. De taal is mijn instrument om zo precies mogelijk te doorgronden hoe die jeugd de persoon die ik vandaag ben mee heeft gevormd.”

De tekst zoals die in Nouveau van maart 2016 zal komen (als het onderwerp niet helemaal wordt geschrapt!):

Cultuur à la carte

Drie vragen aan….
Schrijfster Marie de Meister
alias van prof. mr. Rikki Holtmaat, hoogleraar International Non-Discrimination Law, Universiteit Leiden.

In De stilte van Thé staat een vrouw haar baby af en gaat daarna het klooster in. Hoe groeide dat idee bij u?
“Hoe kan het dat mensen op grond van hun geloof dingen doen die door anderen als uiterst wreed of als immoreel worden gezien? Dat hield me bezig.”

U schrijft aangrijpende gebeurtenissen realistisch, bijna laconiek, op, wordt wel gezegd. Vaak ook vanuit het perspectief van een jonge hoofdpersoon.
“Dat komt doordat ik in de huid van een kind probeer te kruipen dat een overlever is, dat zich door moeilijke omstandigheden heen weet te slaan. Als dat kind sentimenteel zou zijn, zou het die omstandigheden niet het hoofd kunnen bieden.”

U bent relatief ‘laat’ gedebuteerd; wat heeft u uiteindelijk gedreven tot het schrijverschap?
“Vragen over mijn jeugd en afkomst inspireerden me om, naast de rechtswetenschap, die andere kant van mezelf te verkennen. Al schrijvend probeer ik zo precies mogelijk te doorgronden hoe die jeugd de persoon die ik vandaag ben, mee heeft gevormd.”

Marie de Meister, De stilte van Thé. (ambo | anthos)